Sociale sector
Tot en met 143 puntenIn 2026 hoort hierbij een maximale kale huurprijs van € 932,93 per maand.
Ontdek hoeveel punten uw woning heeft, welke maximale kale huurprijs daarbij hoort en of de woning in de sociale sector, middensector of vrije sector valt.
De puntentelling wordt opgebouwd uit onder meer de oppervlakte, het energielabel, de WOZ-waarde, de keuken, het sanitair en de buitenruimte. Na het invullen ziet u direct het puntenaantal en de bijbehorende maximale kale huurprijs.
Het woningwaarderingsstelsel, meestal het WWS of puntenstelsel genoemd, bepaalt de kwaliteit van een huurwoning. Een woning krijgt punten voor verschillende kenmerken. Hoe meer punten de woning heeft, hoe hoger de maximale kale huurprijs mag zijn.
Voor zelfstandige woningen en kamers gelden verschillende puntensystemen. Daarom vraagt de puntenteller eerst welk type woonruimte u wilt beoordelen.
In 2026 hoort hierbij een maximale kale huurprijs van € 932,93 per maand.
In 2026 loopt de maximale kale huurprijs in dit segment van meer dan € 932,93 tot en met € 1.228,07 per maand.
Bij nieuwe huurcontracten kan de verhuurder in beginsel zelf de aanvangshuurprijs bepalen.
Door de Wet betaalbare huur geldt huurprijsbescherming bij nieuwe huurcontracten niet meer alleen voor sociale huurwoningen. Ook middenhuurwoningen tot en met 186 punten vallen onder het gereguleerde puntenstelsel.
Voor deze contracten bestaan drie segmenten. Heeft de woning maximaal 186 punten, dan is de maximale kale huurprijs in beginsel bindend. Vanaf 187 punten valt de woning in beginsel in de vrije sector.
Bij oudere contracten wordt de sector in beginsel bepaald door de oorspronkelijke kale huurprijs en de liberalisatiegrens die gold toen het contract werd gesloten. De nieuwe middenhuurregulering geldt daarom niet automatisch voor ieder ouder vrijesectorcontract.
Ja. Sinds 1 januari 2025 moet een verhuurder bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst voor woonruimte schriftelijk aan de huurder laten weten hoeveel punten de woning heeft. De verhuurder moet daarvoor een puntentelling verstrekken die is gebaseerd op het woningwaarderingsstelsel. Zo kan de huurder controleren hoe het puntenaantal is opgebouwd en welke maximale kale huurprijs daarbij hoort.
Deze verplichting geldt niet alleen voor sociale huurwoningen en middenhuurwoningen. Ook bij een woning die op basis van haar punten in de vrije sector valt, moet de verhuurder bij aanvang van de huur een puntentelling geven. De huurder kan daarmee controleren of de woning inderdaad voldoende punten heeft voor het hoogsegment. Het puntenaantal hoeft nog niet in de woningadvertentie te staan, maar moet wel aan de huurder worden verstrekt wanneer de huurovereenkomst wordt aangegaan.
Alleen vermelden dat een woning bijvoorbeeld 190 punten heeft, geeft weinig inzicht. Een puntentelling behoort duidelijk te maken welke kenmerken van de woning zijn meegerekend. Denk aan de oppervlakte van de vertrekken en overige ruimten, het energielabel, de WOZ-waarde, de keuken, het sanitair en de buitenruimte. De berekening moet aansluiten bij de toestand van de woning bij het begin van de huur.
Het is verstandig om de puntentelling als bijlage bij de huurovereenkomst te voegen. Daardoor is voor huurder en verhuurder duidelijk van welke gegevens bij het sluiten van het contract is uitgegaan. Verandert de woning later, dan kan ook het puntenaantal veranderen. Een verbetering van het energielabel of het toevoegen van voorzieningen kan punten opleveren, terwijl het verwijderen van voorzieningen juist tot een lager puntenaantal kan leiden.
Een verhuurder die de verplichte informatie niet verstrekt, handelt mogelijk in strijd met de regels van goed verhuurderschap. De huurder kan dit melden bij het gemeentelijke meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag. De gemeente kan de verhuurder aanspreken en zo nodig handhavend optreden.
Het ontbreken van een puntentelling betekent niet automatisch dat de huurovereenkomst ongeldig is of dat de huurprijs direct wordt verlaagd. De toegestane huurprijs wordt uiteindelijk bepaald door de kenmerken van de woning en de toepasselijke huurprijsregels. Een huurder kan daarom ook zelf een puntentelling maken en, wanneer daar aanleiding voor is, de huurprijs laten beoordelen.
Een verstrekte puntentelling is niet altijd volledig of juist. Oppervlakten kunnen verkeerd zijn gemeten, een verouderd energielabel kan zijn gebruikt of voorzieningen kunnen ten onrechte zijn meegeteld. Ook de waardering van buitenruimten, parkeerplaatsen en gemeenschappelijke voorzieningen vraagt om de juiste gegevens. Een eigen berekening helpt om afwijkingen tijdig te ontdekken.
De uitkomst van een puntentelling moet altijd in samenhang met de huurovereenkomst worden beoordeeld. Vooral de contractdatum, de overeengekomen aanvangshuurprijs en het toepasselijke overgangsrecht kunnen bepalen of en vanaf wanneer een lagere huurprijs kan worden gevraagd. Het enkele feit dat de huidige huur hoger is dan de maximale huurprijs uit de puntentelling, geeft daarom nog niet in iedere situatie dezelfde juridische uitkomst.
De maximale kale huurprijs van een woning volgt uit het totale aantal huurpunten. De puntentelling kijkt niet naar de inrichting of populariteit van de woning, maar naar meetbare kenmerken zoals de oppervlakte, energieprestatie, WOZ-waarde en aanwezige voorzieningen.
Woonkamers, slaapkamers, keukens en andere ruimten kunnen oppervlaktepunten opleveren. Ook de lengte van het aanrechtblad, keukenapparatuur, het sanitair, verwarming, buitenruimten en parkeerplaatsen kunnen invloed hebben op het uiteindelijke puntenaantal.
Een zuinige woning krijgt doorgaans meer energiepunten. Daarnaast levert de WOZ-waarde punten op. Voor het WOZ-aandeel gelden bijzondere regels en in sommige gevallen een maximum, zodat de WOZ-waarde niet onbeperkt meetelt.
Bij ieder puntenaantal hoort een maximale kale huurprijs. Servicekosten, kosten voor gas, water en elektriciteit en andere bijkomende kosten vallen daar niet onder. De puntenteller toont daarom de maximale kale huurprijs zonder deze aanvullende kosten.
De gevolgen van een puntentelling hangen niet alleen af van het aantal punten, maar ook van het huurcontract en de datum waarop dat contract is gesloten.
Bij een huurcontract dat op of na 1 juli 2024 is gesloten, valt een zelfstandige woning met maximaal 186 punten in beginsel onder huurprijsbescherming. De verhuurder mag dan niet méér kale huur vragen dan het maximumbedrag dat bij het puntenaantal hoort.
Een zelfstandige woning met 187 punten of meer valt bij een nieuw huurcontract in beginsel in de vrije sector. De daadwerkelijke beoordeling kan mede afhangen van de afgesproken aanvangshuurprijs en de regels die golden toen het contract werd gesloten.
Bij oudere contracten wordt eerst gekeken naar de oorspronkelijke kale huurprijs en de toen geldende liberalisatiegrens. Een contract dat destijds rechtsgeldig geliberaliseerd was, wordt niet automatisch middenhuur doordat de woning nu tussen 144 en 186 punten heeft.
Voor woningen die in het sociale segment vallen of al gereguleerd waren, kunnen andere regels gelden. Daarom moet bij oudere contracten altijd ook de aanvangshuurprijs en contractdatum worden beoordeeld.
Voor de vraag welke sectorindeling geldt, kijkt de Huurcommissie naar de datum waarop beide partijen het huurcontract hebben ondertekend. De ingangsdatum kan wel van belang zijn voor een procedure en de toepasselijke versie van het puntenstelsel.
Ja. Voor kamers en andere onzelfstandige woonruimten geldt een afzonderlijk woningwaarderingsstelsel. Een kamer heeft bijvoorbeeld geen volledig eigen toegang of deelt wezenlijke voorzieningen, zoals de keuken, douche of het toilet.
Bij een zelfstandige woning tellen onder andere de oppervlakte van vertrekken en overige ruimten, het energielabel, de WOZ-waarde, de keuken, het sanitair, privébuitenruimte, gemeenschappelijke buitenruimte en parkeerplaatsen mee. Ook bijzondere situaties kunnen invloed hebben op de uitkomst.
Niet altijd. Het puntenaantal is een belangrijk onderdeel van de beoordeling, maar de juiste procedure en de mogelijke ingangsdatum van een huurverlaging hangen af van onder meer de contractdatum, de huidige huurprijs en het moment waarop actie wordt ondernomen.